Schat, en nu gaan we scheiden!

Puristen in afvalscheiding

Sinds wij huis aan gescheiden afvalinzameling doen, blijft er bijna geen restafval meer over. Onlangs werd er bij ons een nieuwe papiercontainer bezorgd. Reden om nog scherper naar de verhouding papier en gewoon afval te kijken. Met de introductie van de plasticcontainer (collectief ingezameld bij de lokale supermarkt) hadden we al een flinke stap gezet in het verminderen van de hoeveelheid restafval. Immers, toen merkten we al dat meer aandacht voor scheiden snel resultaat opleverde. Een extra financieele prikkel komt overigens vanuit gemeentewege: voor een container met restafval betaal je met ingang van het nieuwe jaar – naast een vaste bijdrage – een variabel tarief per keer dat de container buitenstaat. In de aanloop naar de introductie zijn we nu al aan het proefdraaien: we doen er acht weken over om de container vol te krijgen. Hoeveel karnemelkpakken zijn dat (zie de foto)?

Wegstrepen

Met enige weemoed denk ik terug aan de bruteringsoperatie waarbij de wegen van corporatie en gemeente scheidden. De privatisering van de woningcorporaties werd vastgelegd in de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting van mei 1995. De financieele sturing vanuit de overheid verdween en werden subsidies en leningen grofweg tegen elkaar weggestreept – ten faveure van een grotere bestuurlijke vrijheid van de corporaties. Efficiency, heldere verantwoordelijkheden en financieele continuïteit zijn een greep uit de redenen die ik in de literatuur terugvind over de beweegredenen van de brutering. Ondertussen is er veel veranderd. “Corporaties komen onder directe aansturing van gemeenten”, schetst het regeerakkoord.

De opgave is leidend

Op welke manier kan deze aansturing z’n beslag krijgen? Ik pak er twee perspectieven uit. Allereerst het bestuurlijke. Het regeerakkoord: “De schaal van een woningbouwcorporatie moet in overeenstemming zijn met de schaal van de regionale woningmarkt (…)”.  In praktijk is het in veel gemeenten zo dat de gemeentegrens niet identiek is aan de grens van de (regionale) woningmarkt. In praktijk zouden dan meerdere gemeenten iets te zeggen krijgen over een corporatie. Los van bestaande prestatieafspraken en afstemming van woningbouwprogramma’s lijkt me dat op voorhand een mijl op zeven. Meteen een goede reden om tot fusie van gemeenten na te denken: de bestuurlijke inrichting is dan het gevolg van de aard en omvang van de regionaal (maatschappelijke) opgave  – wonen, werken, infrastructuur etc.

Werken in de wijk

Een meer praktisch perspectief is het werken in de wijk. Daar zie ik meer kansen. In de recente publicatie ‘Handreiking Woonvaardigheden’ van SEV | Platform31 wordt ingegaan op de vraag hoe woningcorporaties persoonlijk en proactief kunnen omgaan met nieuwe huurders. “Corporaties kunnen met de inzet van woonconsulenten een belangrijke preventieve rol spelen: woonproblemen voorkomen door een meer continue, persoonlijke en outreachende benadering. Dat is goed voor de bewoner zelf, voor de buurt én voor de woningcorporatie.” Het takenpakket van de consulent heeft tegenwoordig dusdanig veel parallellen met die van sociaal werkers, wijkverpleegkundigen en opbouwwerkers (die al over elkaar heen buitelen in bijvoorbeeld herstructureringswijken) dat een bundeling van taken van gemeenten en corporaties wel eens meer efficiencyvoordelen kan opleveren dan we denken. En bovenal levert het duidelijkheid op. Met minder restafval tot gevolg.

Door:
Bas ter Stege -werkzaam bij tweenultwee (www.partnerinleefbaarheid.nl)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Beleid en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s